Monoloog

INNERLIJKE MONOLOOG KARWAN ABDULLA


Met een vechtershart voor de vrijheid. Vliegend over het doek. En landt in het paradijs van de eindeloze vrijheid: ons grenzeloos bestaan. Een vertoning van kleurexplosies in vrije vormen. Gebalanceerd op de grenzen van mijn fantasie. Van wat er “opeens” mag wezen. Van wie ik mag zijn.

 

Een voortschrijdend inzicht verwart mijn speculaties. In de stilte van de tijd herzie ik mijn kleurrijke beschouwingen. Een overrompeling van het “bruin” als inperking van onze vrije expressies. De constatering van mijn opvattingen: het is een illusie van mijn idealen.

 

Als een dwalende naar levenslust in de onstuimige droogte van de woestijn. Vereenzaamd en teruggekeerd in een vervalst aanzicht van de werkelijkheid. De aansporing om het “duistere” waarneembaar te maken. In een groepering van gelijkgestemden. Om van afzondering naar uitzondering te gaan. In een autonoom collectief.

 

De verslagenheid van het collectivisme door het individu. Rest enkel het horen en zien van onverbiddelijke stemmen. Onvermijdbaar voor elke zintuigelijke waarneming. Een harde afkadering van alle privélegers der vrijheid. Al in het verre verleden tot in de eindeloosheid.

 

De verlossing van een manifest voor relativering op het doek. En kneedbaar in beeld. Het zien van verborgen liefdes en innerlijke leugens doet elk kwaadwilligheid teniet. Een onverwerkbaar en onuitputbaar verleden. Als een vast gegeven voor het heden.

 

Het herenigen van mijn lelijkheid en mijn schoonheid in maskers bewerkt. En een uiteenzetting van littekens in krassen verinnerlijkt. Het is mijn verraad van mijn depressieve crisis en mijn welgezinde beleving. De totaliteit van ons bestaansrecht.

 

Het zijn overblijfselen van mijn jagen. Mijn utopie als verhalerverteller van hét oorlogskind.  Een noodkreet om erkentenis van onze luxe, Nederlandse bestaan aan te sporen. Enkel om begripvol te zijn. Voortbewegend op het pad van mijn verleden naar mijn heden.

 

 

Geschreven door

 

Laura Bruin